havendecreet

- 17/06/2014

De Vlaamse Havencommissie (VHC) heeft op 4 juni 2014 advies gegeven over het ontwerpbesluit “houdende de aanduiding van de maritieme toegangswegen en de bestanddelen van de haveninfrastructuur”, soms kort “Aanduidingsbesluit” genoemd. Dit besluit hoort bij het Havendecreet en preciseert de omschrijving van de verschillende types haveninfrastructuur en duidt ook aan welke infrastructuur tot welk type behoort. In feite is het besluit een volledige herziening van het gelijknamige besluit van 13 juli 2001. De VHC vraagt om per havengebied nadere informatie te verstrekken over de grootte van de besparingen voor de Overheid die uit het herschreven besluit zullen voortvloeien, zodat ook de impact voor de andere partijen kan worden ingeschat. Voorts deed de VHC een reeks voorstellen om de tekst van het besluit te verduidelijken en te verbeteren.

Definities in het havendecreet

  • Basisinfrastructuur
  • Havendecreet
  • Haveninterne basisinfrastructuur
  • Kanaaldokken
  • Maritieme toegangswegen
  • Suprastructuren
  • Uitrustingsinfrastructuur

Objectivering van het Vlaams havenfinancieringsbeleid

De principes die aan de basis liggen van het hoofdstuk IV, "Financiering" in het Havendecreet, zijn de volgende:

Duidelijke en transparante relatie havenautoriteiten – Vlaams gewest

De duidelijke en transparante relatie tussen de zeehavens en het Vlaams gewest is zonder twijfel één van de basisprincipes geweest bij het opstellen van het Havendecreet. Het tegendeel zou immers niet zinvol zijn. Het Havendecreet is echter een kaderdecreet dat per definitie op veel plaatsen nog ruimte laat voor verduidelijking. In het gunstigste geval kan dus van duidelijke en transparante regels gesproken worden als het geheel van Havendecreet en uitvoeringsbesluiten wordt bekeken.

Verplichte verwerving rechtspersoonlijkheid voor alle havenautoriteiten

Binnen de drie jaar vanaf de inwerkingtreding van het Havendecreet wordt voor elk havengebied, waarvoor nog geen afzonderlijke rechtspersoon bestaat met als enig doel het uitoefenen van de havenbestuurlijke bevoegdheden door het betrokken havenbestuur, dergelijke rechtspersoon opgericht (art. 41). In het decreet wordt geen particuliere beheersvorm vooropgesteld; de havenbesturen kunnen zelf binnen het bestaande wettelijke instrumentarium kiezen voor de meest aangewezen beheersvorm.

Meer mogelijkheden voor flexibel personeelsbeleid voor de havenbesturen

Bij de opmaak van het Havendecreet was één van de uitgangspunten dat de havenbedrijven over een ruime autonomie inzake personeelsbeleid moest kunnen beschikken. Essentieel is dat het de bevoegdheid is van de Raad van Bestuur van elk havenbedrijf om zowel de personeelsformatie als de arbeidsvoorwaarden van het personeel te kunnen vastleggen. Dergelijke beslissingen moest uiteraard worden genomen in overleg met de werknemersorganisaties. Eén van de voorwaarden was alleszins dat het personeel van de bestaande havenbesturen zouden worden overgenomen met behoud van rechten.

Eenvormige werkingsvoorwaarden voor alle zeehavens

Dat de havenbedrijven concurrentie ondervinden van de andere havens in Noordwest Europa is een normale zaak. In zekere mate heerst er ook concurrentie tussen de Vlaamse havens onderling, hoewel de Vlaamse havens elk eigen specialiteiten hebben ontwikkeld zodat de concurrentie zeker niet voor elk marktsegment geldt. Deze concurrentie is op zich geen ongezonde situatie, op voorwaarde dat de werkingsvoorwaarden eenvormig zijn.

Dit betekent concreet dat aan de volgende voorwaarden voldaan moet zijn:

Grotere autonomie van de lokale havenautoriteiten inzake beheer en exploitatie

Een belangrijk uitgangspunt van het Havendecreet is het streven naar een voldoende ruime autonomie die aan de havenbedrijven toelaat een eigen bedrijfsstrategie te ontwikkelen en zich te organiseren op een bedrijfseconomische basis.

Deze “autonomie” kan op twee manieren worden geïnterpreteerd:

Ook gevonden inMORASAR WGGVlaamse HavencommissieVlaamse Luchthavencommissie

Inhoud syndiceren